Trappisten

Een rots in de branding zijn onze Trappisten. Gebrouwen volgens oude traditie, vol smaak. Gaande van een lichte, frisse doordrinker tot een zwaar degustatiebier waar je tijd voor moet nemen, zijn dit bieren die veel respect verdienen. Het minutieuze werk van de heren Cisterciënzers, die zelf het brouwproces sturen, staat garant voor de kwaliteit van hun brouwsels.

Net dat is trouwens het verschil met de abdijbieren, die in menig bierstube onterecht onder de noemer trappist verkocht worden. Nee, een trappist, dat is een werk van liefde en toewijding, dat overigens ook navolging krijgt in de rest van de wereld. Naast de zes Belgische trappistenabdijen – 3 in Vlaanderen (Westvleteren, Westmalle en Achel), 3 in Wallonië (Rochefort, Orval en Chimay) - wordt immers ook trappist gebrouwen in Nederland, Oostenrijk, Italië en de VS. België zendt zijn bieren uit!

Lambiekbieren

En dan zijn er de lambiekbieren. Werkelijk uniek voor ons land, omdat je de specifieke combinatie van wilde gisten die dit bier z’n typische smaak geven enkel in de lucht ten westen van Brussel vindt. Het is een bier op traditionele wijze gemaakt: laat het wort een nacht open aan de lucht liggen, en al die leuke rondzwevende micro-organismes maken iets heel bijzonders: een zurig bier, met een vleugje stalgeur, bijzonder fijn maar ook bijzonder fris. Dat bier wordt vervolgens op vaten gestoken voor verdere rijping, en geassembleerd tot Oude Geuze of (na toevoeging van uitsluitend echte krieken) Oude Kriek. Door die assemblage kunnen meester-stekers pareltjes van bieren produceren, die gewild zijn over de hele wereld en niet onder moeten doen voor de beste wijnen qua diepgang en diversiteit. Deze Belgische klassiekers smaken altijd, maar laten zich zeker fris degusteren op een terras in de zomer; evengoed vergezellen ze een lekker stukje vis of een chocoladedessert. Wist u trouwens dat Oude Geuze geen restsuikers bevat, en dus perfect geschikt is voor diabetici?

Traditie en vernieuwing

Naast traditie is er ook vernieuwing. De Belgische bierwereld heeft een wervelende evolutie meegemaakt de laatste jaren. Waar we tot onlangs nog trots onze zware bieren naar voren brachten als summum van Belgisch vakmanschap, zien we toch stilaan de smaak en vooral de wens van de consument veranderen. Niet langer de bieren van meer dan 8° à 10° maar wel de lichtere bieren, 4° tot 6,5°, nemen de bovenhand.

De verklaring is uiteraard logisch: de consument drinkt graag meer dan één glas van een bier dat hem of haar bevalt, maar zonder de helderheid van geest te verliezen. Brouwers hebben dat begrepen en laten zich gretig inspireren door allerhande buitenlandse stijlen, zonder daarbij de eigenheid van onze Belgische traditie te vergeten. Frisse, smaakvolle maar vooral vlot doordrinkbare degustatiebieren worden langzaam maar zeker de norm en dat kunnen we enkel maar toejuichen.

Dit artikel is een bijdrage van Beer Awards.