1. Poets de tanden van je hond. “Ga een keer per week over het gebit van je hond om tandsteen te voorkomen. Als je dit niet goed verzorgt, bestaat de kans dat je hond verdoofd moet worden om het tandsteen te verwijderen.”

 

2. Borstel je hond regelmatig. “Vooral langharige honden hebben wekelijks nood aan een goede borstelbeurt. Anders kunnen de lange haren in elkaar klitten.”

 

3. Kies het juiste ras. “Het is belangrijk dat je op voorhand goed weet welk dier je in huis neemt. Je checkt best eerst de karaktereigenschappen van het ras dat je voor ogen hebt. Heb je een grote tuin? Zijn er kinderen in de buurt? Kies niet zomaar een dier op basis van de looks.”

 

4. Leer je hond omgaan met anderen. “We hebben onze puppy meteen geoefend in het leggen van sociaal contact. Zo vermijd je dat je hond bang wordt van drukte en vreemde impulsen. Zalig als je hem nadien zonder problemen mee op de trein of op restaurant kan nemen.”

 

5. Kies voor een pup uit een nestje. “Broodfokkers moet je vermijden. Die dieren zijn meestal miskweekt: ze hebben ziektes of zware afwijkingen. Ooit moest ik mijn pup laten inslapen. Dat kan niet de bedoeling zijn.”

 

6. Maak tijd voor je dier. “Als je een overvolle agenda hebt, kies je best niet voor een huisdier. Een hond is niet gemaakt om heel de dag alleen thuis te zitten. Je moet eerlijk zijn met jezelf. Het heeft eten, drinken, beweging maar ook aandacht nodig. Dat kost enorm veel tijd.”

 

7. Leer je kind omgaan met een hond. “Maak je kinderen duidelijk dat ze best niet met hun gezicht voor de snuit van je hond komen, maar zorg ervoor dat je geen angst creëert. Dat heeft net een heel omgekeerd effect. Je viervoeter voelt dat aan en zal net onrustig worden als de kinderen gillend weglopen.”

 

8. Geef je hond brokken, geen restjes van tafel. “Ik zweer bij hondenbrokken, en af en toe eens een hondenkoekje of kauwbeen als beloning. Hetzelfde eten als wat er bij ons op tafel komt, vind ik geen aanrader. Dan hebben ze vaak een indigestie. Chocolade is trouwens helemaal uit den boze, dat is letterlijk vergif voor honden.”

 

9. Een hond houdt van wandelingen. “Veel honden hebben beweging nodig, zeker op jonge leeftijd. Een grote tuin is een pluspunt, maar uit ervaring weet ik dat ze ook graag gaan wandelen. Al is het maar om van het ene plasmarkeerpunt naar het andere te snuffelen.” (lacht)

 

10. Ook een hond moet naar school. “Ik geloof in de heilzaamheid van de hondenschool, zeker voor grote honden. Ze leren er gehoorzamen en omgaan met andere mensen en dieren. Wil je een sociaal dier, dan moet je daar in investeren. Nét zoals in poepzakjes voor tijdens de wandelingen!” (lacht)