De voeding van uw kat moet dan ook perfect aansluiten op haar behoeften, rekening houdend met haar karakter en specifieke kenmerken, zoals leeftijd, manier van leven, ras enzovoort. Maar de belangrijkste factor is wel stabiliteit.

Grote fysiologische verschillen

Tussen mens en kat zijn er grote fysiologische verschillen, wat verklaart waarom bepaalde handelwijzen absoluut te mijden zijn.

Smaakperceptie

In tegenstelling tot de mens, die over een groot aantal smaakknoppen beschikt (tot 9.000), heeft een kat er niet meer dan 500!

Bovendien slikken katten hun eten snel door, zonder het lang in de mond te houden. Bijgevolg is het contact tussen voedsel en smaakknoppen van vrij korte duur.

Die twee factoren verklaren waarom katten een veel geringer smaakvermogen hebben dan wij. Een zoete smaak, bijvoorbeeld, merken ze helemaal niet op.

Beperkte darmflora

De darmflora van de mens is sterk gediversifieerd, terwijl dat bij katten helemaal niet zo is.

De bacteriële populatie van het spijsverteringskanaal van de kat is minder groot dan bij de mens. Daarbij komt nog dat ook de diversiteit van die darmflora beduidend kleiner is bij katten. De voeding van een kat afwisselen heeft dus geen zin en kan zelfs ongewenste gevolgen hebben. Katten passen zich maar moeizaam aan een veranderde voeding aan, wat kan leiden tot diarree.

Eén advies: wissel de voeding van uw kat niet af, maar geef ze het hele jaar door hetzelfde voer.

Uitzonderingen

Er zijn wel gevallen waarin verandering in de voeding noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij de overschakeling van groeivoeding naar voeding voor volwassen dieren, of als de dierenarts dieetvoer aanbeveelt bij bepaalde aandoeningen.

Wilt u de voeding van uw kat aanpassen? Doe dat dan geleidelijk aan en spreid de omschakeling over verschillende dagen, waarbij u de hoeveelheid nieuw voer systematisch verhoogt tot de normale portie bereikt is.