Katja, ben jij dan - zoals ze dat noemen - een hondenmens?

“Ik ben helemaal gek op honden, ja. Eigenlijk kan je me een allround dierenliefhebber noemen, enkel insecten blijven beter uit mijn buurt. (lacht) Het zit er al van kleins af aan in. Ik was zo’n kind dat thuiskwam met gewonde en loslopende dieren die ik van straat plukte. Ik heb een heel klein hartje als het op dieren aankomt, dat is me met de paplepel ingegeven. Zowel mijn ouders als die van mijn man Jan hadden honden, dus binnen ons gezin was het een logische stap om er ook eentje in huis te halen. Anders begin je vroeg of laat het gezelschap te missen. Ook mijn ouders, die bij ons inwonen, verlangden ernaar. Ik geloof heel sterk dat mensen die dieren graag zien, ook de rest van de wereld graag zien. Als beesten iemand onverschillig laten, heb ik daar altijd mijn bedenkingen bij. Hoe kunnen zij dan wél van mensen houden?”

 

Het is belangrijk dat je op voorhand
goed weet wat je in huis neemt.
Je checkt best eerst de karaktereigenschappen
van het ras dat je voor ogen hebt.

 

Waarom koos je voor een vlinderhond?

“Het is belangrijk dat je op voorhand goed weet wat je in huis neemt. Je checkt best eerst de karaktereigenschappen van het ras dat je voor ogen hebt. Een Ierse setter is totaal iets anders dan een Duitse herder of een Yorkshire. Vroeger hadden we ook al een vlinderhondje. Het liefste dier ooit, en heel sociaal. Ik heb er mooie herinneringen aan. Hij kwam bijvoorbeeld altijd bij me liggen als ik ’s nachts voor mijn examens blokte. Door die goede ervaring ben ik bewust op zoek gegaan naar dat ras, en zo kwam ik bij Mickey terecht. Hij heeft een pittig karakter en is een echte macho. Hij is zo klein, maar hij voelt zich enorm groot. Al vergeef je het hem snel als je weet hoe lief hij is.”

 

Welke plaats neemt je huisdier in binnen het gezin?

“Onze hond is ons vierde kind, hij vormt echt een belangrijk deel van het gezin. Luisteren doet hij echter het minst goed. (lacht) Je kan hem niet in de hoek zetten natuurlijk. Enkel Jan heeft gezag over hem. Ik vind het vooral heel belangrijk dat mijn kinderen leren om zorgzaam te zijn. Met een dier in huis krijgen ze meteen een goed voorbeeld, het is een beestje en dat heeft slaap, water en eten nodig. Ze moeten er ook regelmatig mee gaan wandelen, je kan zo’n dier niet aan zijn lot overlaten. Zo leren ze om respect te hebben voor een levend wezen.”

 

Is een hond voor iedereen weggelegd?

“Ik vind van niet. Ik kan meestal via een heel simpel gesprek opmaken of mensen geschikt zijn om een dier in huis te halen. Ik ben niet de allesweter of hondengoeroe, maar mensen met een extreem drukke agenda beginnen er beter niet aan. Een dier is niet gemaakt om heel de dag alleen thuis te zitten. Een hond in huis halen voor de kinderen is ook geen goed plan, je moet altijd eerlijk blijven met jezelf. Een puppy is enorm veel werk om op te voeden, je kan het bijna vergelijken met een kind.”

 

Wat zijn de grootste voordelen van een hond? 

“Zonder twijfel het gezelschap. De onvoorwaardelijke liefde is zo mooi, je voelt dat die dieren je echt graag zien. Het is fijn om thuis te komen en verwelkomd te worden door een kwispelend hondje. Honden klagen ook niet, als ze goed opgevoed zijn, zijn ze superlief. Onze grote honden waren bovendien enorm goede wakers, ze zorgden voor een veilig gevoel in huis. Als zij blaffen, schrikt dat af. Ook dat is een pluspunt.”

 

Er moeten toch ook nadelen zijn?

(Denkt na) “Weinig. Als je erop ingesteld bent en je aanvaardt dat er een hond in huis is, dan heb je weinig te klagen. Je moet wel rekening houden met sommige karaktertrekjes of gewoontes die ze moeten afleren, zoals kousen stelen, iets stukbijten. Als je dier binnen leeft, heb je natuurlijk ook meer opkuis. Een hond verliest haar en belandt in de winter- en zomerperiode in een ruifperiode, dus je moet veel vaker stofzuigen. Maar de voordelen van zo’n dier doen de negatieve eigenschappen in het niets verdwijnen.”

 

Zou jij een hond uit het asiel halen?

“Natuurlijk, dat heb ik in het verleden al gedaan. Maar nu de kinderen nog klein zijn, hebben we toch eerder voor een pup gekozen, zodat we hem zelf kunnen opvoeden. Je weet niet waar zo’n asieldieren vandaan komen, en met kinderen in huis is dat niet altijd even veilig. Al verdienen die honden evenzeer een warme thuis. Binnen enkele jaren sluit ik dus niet uit dat ik toch eens een asiel binnenloop. Wat je wel echt moet vermijden, zijn broodfokkers. Die dieren zijn meestal ‘miskweekt’, ze hebben ziekten of zware afwijkingen. Ooit moest ik mijn pup van amper negen maanden laten inslapen, daar was echt iets serieus mis mee. Los van het dierenleed, doet het ook de baasjes veel verdriet. Die fokkers denken enkel aan hun centen, daar gaat mijn bloed van koken.”

 

Mickey is blijkbaar een fantastische voetballer. Welke activiteiten doe je zoal met hem?

“Het is ongelofelijk, hij begint te dribbelen en scoort dan met zijn snuit. Het is heel fijn om te zien hoeveel plezier de kinderen dan hebben. Vroeger gingen we met de grote honden vaak naar Cadzand, want daar mogen ze mee het strand op. Mickey heeft daar minder nood aan omdat hij een grote tuin heeft. Hij is ook zo klein, daarom pak je hem heel makkelijk overal mee heen. We hebben hem als puppy meteen geoefend in het leggen van sociaal contact, zo vermijd je dat je hond bang wordt van de drukte in onze maatschappij.”

 

Is het mogelijk om Mickey mee op reis te nemen?

“Hij gaat mee op vakantie, ja. Je past je automatisch aan als je een groot hart hebt voor je dier. We zoeken dan naar een plek waar hij welkom is. Verre vliegreizen zullen we niet snel boeken, ik vind dat je dat zo’n dier niet kan aandoen. Als we dan toch iets verder reizen, zoek ik opvang binnen de familie. Ik krijg het niet over mijn hart om hem ergens achter te laten zonder zeker te zijn dat hij in goede handen is. Hij mag niet wegkwijnen, dan zou mijn hart breken.”