Konijn

  • Woont het liefst in: Een hok met voldoende bewegingsruimte. Zorg ervoor dat het beestje zich languit kan uitstrekken in de lengte, minstens op zijn achterpoten kan staan in de hoogte, en dat het hok ongeveer 5 keer zo breed is als het konijn zelf. Woont je konijn buiten, voorzie dan een ren met daarin een hok dat voldoende beschutting biedt tegen regen en wind.

  • Verzorg je zo: Maak minstens één keer per week het hok volledig schoon met schoonmaakmiddel en water, en verwijder elke dag de uitwerpselen. Zorg ervoor dat je konijn altijd proper water voorhanden heeft, en geef hem elke dag eten.

  • Lievelingskostje: In de vrije natuur eten konijnen vooral droge grassen, kruiden, planten, een beetje fruit en wat zaden. Het is belangrijk dat ze voldoende vezels binnenkrijgen voor een vlotte darmwerking. Zorg er dus voor dat je konijn altijd een voorraadje hooi ter beschikking heeft.

Cavia

  • Woont het liefst in: Een hok waarin hij goed beschermd wordt tegen weersinvloeden en natuurlijke vijanden zoals roofvogels en katten. Een cavia kan gerust buiten wonen, op voorwaarde dat het hok uit de zon en de wind staat en niet rechtstreeks op de grond rust. Woont het diertje binnen, voorzie dan een hok van minstens 80 cm lang, 50 cm breed en 50 cm hoog.

  • Verzorg je zo: Geef je cavia elke dag een bakje vers water, vers voedsel, en verwijder de uitwerpselen en urine uit zijn hok. Eén keer per week maak je het hok volledig schoon, en voorzie je het van nieuwe bodembedekking en een bussel hooi.

  • Lievelingskostje: Cavia’s zijn planteneters en kieskeurig als het op voeding aankomt. Omdat ze die vitamine zelf niet kunnen aanmaken, geef je hen best dagelijks extra vitamine C bij hun droogvoer. Ook hooi vinden cavia’s lekker, en ze hebben het nodig omwille van de vele vezels die het bevat. Daarnaast lusten ze graag een stukje fruit of verse groenten zoals sla of wortels.

Fret

  • Woont het liefst in: een kooi die minstens 1 meter lang is en een halve meter breed en hoog. Daarin creëer je een slaapplekje met een paar lappen stof, en een afzonderlijk ‘toilet’ met kattenbakkorrels die zo min mogelijk stof creëren. Je kan een fret zowel binnen als buiten houden. Heb je er maar eentje, dan hou je hem best bij jou waar hij voldoende gezelschap heeft.

  • Verzorg je zo: Maak elke dag het frettentoilet schoon en zorg voor vers water. Fretten verdragen geen hooi of andere bodembedekkers in hun kooi. Voorzie dus enkel wat oude lappen stof die je zonder wasverzachter hebt gewassen. Daar nestelen ze zich graag in om te slapen.

  • Lievelingskostje: Een fret is geen knaagdier maar een zoogdier verwant aan marters en beren. Hij is dus verzot op vlees. Af en toe kan je hem verwennen met een stukje vis of rauw vlees, maar verder geef je hem best droogvoer dat alle nodige mineralen, vetzuren en eiwitten bevat.

Hamster

  • Woont het liefst in: Een kooi waarin alleen hij heer en meester is. Zet hamsters dus in geen geval samen. De kooi van een dwerghamster is minstens 50 op 40 cm, voor een Syrische hamster voorzie je er eentje van 60 op 40cm. Zorg ook voor een slaaphuisje, waarin je hamster met wc-papier of papieren zakdoekjes een warm bed kan maken.

  • Verzorg je zo: Verwijder elke dag de urine en uitwerpselen, en maak de hele kooi wekelijks schoon. Voorzie ook dagelijks vers water en eten. Langharige hamstersoorten geef je af en toe een borstelbeurt met een zachte tandenborstel.

  • Lievelingskostje: Hamsters zijn omnivoren: in de vrije natuur eten ze zowel planten als wormpjes, insecten en andere kleine diertjes. Geef ze dus droge voeding die voldoende hoogwaardige dierlijke eiwitten bevat. Wat je hamster niet meteen opeet, ‘hamstert’ hij: hij slaat het in een hoekje van zijn nest op als voorraad. Af en toe kan je hem ook wat groenten, fruit of planten geven als extraatje.

Chinchilla

  • Woont het liefst in: Een ruime kooi van minstens 80 x 80 x 50 centimeter, van materiaal waar hij niet kan door knagen, zoals aluminium. Deze beestjes zijn fervente klimmers en houden van verdiepingen, zitplankjes en dikke klimtakken in hun kooi. Zet de kooi op een koele, rustige plaats, want Chinchilla’s kunnen sterven bij hoge temperaturen en hebben snel last van stress. In ons land kan je ze niet buitenshuis houden: ze verdragen het natte klimaat niet.

  • Verzorg je zo: Deze diertjes hebben relatief weinig verzorging nodig. Geef hen wel elke dag vers hooi, water en voedsel. Zorg er ook voor dat ze zich elke dag kunnen wassen in een zandbad met speciaal chinchillazand dat de vacht niet beschadigt. Was een chinchilla nooit met water, want zo loopt hij misschien een longontsteking op.

  • Lievelingskostje: Voor deze diertjes is de juiste voeding van levensbelang. In het wild leven ze in onherbergzame gebieden met een beperkt aanbod aanvoeding. Vet en suiker zijn dan ook erg schadelijk voor chinchilla’s. Ze hebben behoefte aan schraal, vezelrijk voedsel. Vroeger kregen ze enkel pellets te eten, maar tegenwoordig bestaat er aangepaste voeding met gedroogde grassen, veldkruiden, groenten, speciale vruchten en luzerne die hen alle nodige voedingsstoffen geeft.