Ook al vertoeft ze regelmatig in het buitenland voor filmopnames, toch blijft Lize Feryn verknocht aan België. “Na een opname kom ik altijd graag terug naar huis. Wij Belgen klagen vaak, maar ik vind dat we in een heel mooi stukje van de wereld leven. We hebben het echt goed en zien dat soms te weinig. België is niet zo’n land met palmbomen waarvan de mensen meteen zeggen: ‘Wauw!’ Maar ik ben trotser op ons land dan ik zelf dacht. Palmbomen hebben we hier niet, maar al de rest wel.”

Wat vind jij de mooiste plek in België?

Ik woon intussen vijf jaar in Gent, en dat is voor mij de mooiste stad van het land.

“Ik woon intussen vijf jaar in Gent, en dat is voor mij de mooiste stad van het land. Het is er levendig, gezellig en er is altijd wel iets te doen. Gent gaat niet slapen in de winter (lacht). Kortrijk vind ik bijvoorbeeld minder ‘vrij’: als je daar rondloopt in een rare outfit, kijkt iedereen vreemd op. In Gent kan alles, de mensen zijn er veel alternatiever. Brugge is dan weer een stad om op bezoek te gaan, maar niet om te wonen.”

Wat zou je aanraden aan toeristen die Gent willen bezoeken?

“Het klinkt misschien gek, maar vooral ’s nachts vind ik Gent iets magisch hebben. In en rond het Patershol is het zalig om een avondwandeling te maken. Het is een rustige en vredige buurt aan het water, en toch midden in de stad. Je hebt er ook veel gezellige cafés en restaurantjes. De Gentse Feesten zijn natuurlijk ook een aanrader. Dat een volledige stad tien dagen verandert in een groot openluchtfestival, is uniek in de wereld. Ook Dranouter, een andere favoriet van mij, is in feite een dorp dat verandert in een festival. Ik vind de festivalcultuur in België heel bijzonder. In Engeland draait alles om gigantische festivals met ticketprijzen die niemand kan betalen, bij ons zijn de meeste festivalletjes er voor iedereen.”

Moderisico's

Je werkt ook als model en als blogger voor het modeplatform Belmodo. Wat is je favoriete Belgische modemerk?

“Ik hou heel erg van de kleding van Julia June. Ze gebruiken altijd toffe stofjes en prints, en verwerken hier en daar een knipoogje in hun ontwerpen. Ik draag meestal zwart of wit, maar als er iets van kleur in mijn kast hangt is het van Julia June. Ook de mantels van Ann Demeulemeester vind ik prachtig. Het zijn lange mantels met rechte lijnen, heel chique. Helaas liggen ze buiten mijn budget. Later, als ik rijk en beroemd ben, schaf ik me zo’n mantel aan (lacht).”

Belgische mode staat hoog aangeschreven in het buitenland. Wat maakt ons daar zo bijzonder, denk je?

“De meeste Belgische modemerken verkiezen kwaliteit boven kwantiteit. Bovendien durven Belgen wel risico nemen in de mode, daar hou ik van. Neem opnieuw Ann Demeulemeester: het label gooit verschillende stoffen en materialen door elkaar, zonder dat het er ooit ‘over’ is. Ik vind het heel cool als ontwerpers dat durven. Belgische mode is wel een merknaam, denk ik - als model in Parijs was het toch een eer om voor Dries Van Noten te defileren. Maar eigenlijk werd daar tussen modellen niet zoveel over gepraat. Je kreeg een job of niet - daar ging het om. Welke nationaliteit het modelabel had, deed er minder toe.”

Kies je zelf bewust voor Belgische mode?

“Ik probeer daar toch op te letten. Ik kijk altijd naar de etiketjes in de kleding, en ‘Made in China’ zal ik niet snel kopen. Een van mijn lievelingsontwerpsters is de Brusselse Jessie Lecomte. Ze maakt heel coole kleding: sweaters met grote, rare gezichten op, of jurken uit verschillende materialen. Een andere favoriet is de West-Vlaamse Joanne Vanden Avenne. Zij ontwerpt zwierige, zomerse outfits in prachtige stoffen. Haar prints zijn speciaal, maar toch niet te druk.”

Vind je het belangrijk om die kleinere merken te dragen?

“Ja, maar gewoon omdat ik hun kleding zo mooi vind. Niet om aan liefdadigheid te doen, of zo (lacht). Ook kleine labels moeten gezien worden. Er zit zoveel talent in België, maar met talent alleen kom je er niet. Je moet ondernemingsgezind zijn, de juiste mensen kennen, een portie geluk hebben,… Het is een combinatie van al die factoren.”

Zelf ben je sinds oktober ook actief in de Belgische modebranche. Samen met je twee zussen Yanne (29) en Mira (27) heb je een handtassenlabel opgericht, Atelier Feryn.

De meeste Belgische modemerken verkiezen kwaliteit boven kwantiteit.

“We doen alles zelf, van begin tot einde. We ontwerpen de handtassen met ons drieën, en daarna gaan mijn zussen aan de slag in ons atelier. Van elke handtas maken we maar één exemplaar, en per extra bestelling komt er eentje bij. Andere ontwerpers vinden dat misschien een vreemde werkwijze, maar we willen liever niet groeien als merk. We willen het kleinschalig houden en niets uitbesteden. Elke handtas moet door onze eigen handen blijven gaan.”

Hebben jullie in de opstartfase raad gekregen van andere Belgische designers?

“Juwelenontwerpster Lore Van Keer heeft ons tips gegeven over hoe zij het heeft aangepakt. Maar eigenlijk hebben we het allemaal op onszelf gedaan. We hebben een opleiding lederbewerking gevolgd en zijn gewoon aan het avontuur begonnen. We hebben ook geen regels: zo trekken we ons niets aan van de modeseizoenen. We runnen het label met drie zussen en voor de rest moeit niemand zich met ons. Dat is echt zalig.”

Absurde humor

Pater Damiaan eindigde ooit op één in de verkiezing van ‘De Grootste Belg’. Welke Belg zet jij graag in de bloemetjes?

“Ik ben een grote fan van Stromae. Hij kan mensen raken met zijn muziek, op een manier die niemand kan. Het is net alsof hij anders tegen de dingen aankijkt. Het liedje ‘Quand c'est’ – waarin hij de confrontatie aangaat met kanker – vond ik echt machtig. (Lizes moeder stierf eind vorig jaar aan de vreselijke ziekte, red.) Je kan een goed idee hebben, maar Stromae voert het ook nog eens perfect uit. Alles is af bij hem, het totaalpakketje klopt. Ik vind het geen toeval dat hij ook in het buitenland veel succes heeft.” 

Op welke typisch Belgische producten ben je trots?

“Een product is het niet, maar in België hebben we een bepaalde soort absurde humor die ze in het buitenland niet snappen. Neem nu ‘In De Gloria’, een programma dat te absurd is voor woorden. De humor is zodanig níet verfijnd, dat ze juist weer wél verfijnd wordt. ‘De Ideale Wereld’ vind ik ook ontzettend grappig, maar als je dat aan Nederlanders toont hebben ze geen idee waarover het gaat.”

Van humor naar eten: hou je van Belgische kost?

“Je kan in België op heel veel adresjes lekker eten. Maar ik ben niet zo’n fan van de Belgische drievuldigheid ‘aardappelen, groenten, vlees’. Ik eet liever dingen als quinoa en avocado. Het voordeel is dat je dat bij ons ook allemaal vindt. In het buitenland moet je je vaak beperken tot de typische kost van daar, maar Belgen zijn goed voorzien van alles. We zijn op culinair vlak heel erg verwend. En eigenlijk geldt dat voor alles.”