Om op adem te komen, zoekt deze Luikenaar in hart en nieren vaak opnieuw zijn ‘cité ardente’ op, de stad waar hij is opgegroeid en waaraan hij zijn hart heeft verpand.

U vertegenwoordigt België in de internationale sportwereld. Wat roept dat bij u op?

David Goffin – Trots, natuurlijk! Het is een grote eer om mijn land te vertegenwoordigen op de Olympische Spelen of in de Davis Cup. En ik ben des te trotser omdat we maar een klein landje zijn en het echt uitzonderlijk is dat België zo veel kampioenen van zulk hoog niveau telt. We staan daar niet altijd bij stil …

… behalve de Belgische supporters dan, en in het bijzonder de supporters die u in het buitenland volgen!

D. G. – Je haalt ze er zo uit (lacht). Als ze me in het buitenland komen aanmoedigen, willen ze zich vaak laten horen. Ze willen laten zien dat ze er zijn en velen brengen dan ook vlaggen mee. Net zoals ik zijn ze er trots op om Belg te zijn!

Hoe wordt tegen België aangekeken in het buitenland?

D. G. – België is geen onbekend land in de sportwereld, wat voor een groot deel te danken is aan onze twee grote tenniskampioenes, Justine Henin en Kim Clijsters. In tennis brengt iedere generatie twee of drie uitstekende Belgische spelers voort, en die kwaliteit dwingt heel wat respect af in het buitenland. Al ben ik er lang niet zeker van of sommige Amerikanen België op de wereldkaart zouden kunnen aanwijzen (lacht). Maar we hebben wel een goede reputatie als het op eten aankomt: frietjes, ‘Belgian chocolate’ en bier. En Brussel en Brugge zijn uiteraard ook welbekende steden.

En wat vindt u bijzonder in België?

D. G. – Wat de keuken betreft hou ik van veel dingen. Ik denk vooral aan het gehaktbrood dat mijn grootmoeder voor me maakte toen ik jonger was ... en dat doet ze nu nog altijd! Naast eten – want we hebben het toch ook over jeugdherinneringen – is er voor mij nog iets waar ik niet omheen kan: de kermis in Luik, die ieder jaar voor mijn huis neerstrijkt. Ik kan niet echt anders dan er telkens naartoe gaan (lacht).

Hebt u al overwogen om in het buitenland te gaan wonen?

D. G. – Ik ben geboren in Rocourt, maar nu woon ik in hartje Luik. Tot nu toe heb ik nog nooit elders willen wonen. Zowat mijn hele familie woont hier en heel wat vrienden ook. Ik voel me goed in België. Bovendien train ik in de buurt van Namen met mijn fysiek trainer, en ook daar voel ik me prima. Ik moet wel geregeld in het buitenland verblijven om in goede omstandigheden buiten te kunnen trainen.

Wat in België mist u het meest als u lang in het buitenland bent?

D. G. – Mijn familie, natuurlijk. En meer in het algemeen mis ik het ‘contact’ met de mensen, hun nabijheid. In grote steden zoals New York of Londen voel je je al snel verloren. Ik hou ervan om terug te keren naar Luik, waar ik mijn gewoontes heb, de kleine dingen die ik goed ken en die bijzondere band met de mensen.

Worden Belgische topsporters voldoende erkend in eigen land?

D. G. – Dat hangt af van de sporttak: de ene sport is al populairder dan de andere. Voor tennis is hier vrij veel aandacht, zodat we in België best veel erkenning genieten. Maar de mensen beseffen soms niet hoeveel geluk ze hebben om sportlui en atleten van zulk hoog niveau in eigen land te hebben. Je zou kunnen denken, als iemand ‘maar’ 50ste is op de wereldranglijst voor tennis – zeker na de prestaties van Justine Henin en Kim Clijsters – dat het een slechte ranking is, of toch maar heel gewoontjes. Maar dat klopt niet: opklimmen tot de 50ste plaats in het wereldtennis is niet iets wat in iedere generatie gebeurt. In sporttakken die niet op zo veel media-aandacht als tennis kunnen rekenen, hebben sporters het soms wat moeilijker om erkenning te krijgen voor hun prestaties.

Doet ons land genoeg om nieuw sporttalent te ontdekken?

D. G. – Er is heel wat gedaan om zo veel mogelijk sporters te bereiken. Zo ben ik zelf gesteund door de Fédération Wallonie-Bruxelles. Wat tennis betreft hebben de tennisscholen een flinke boost gekregen dankzij de vele overwinningen van Justine en Kim. Toch vind ik dat we er nog veel meer uit hadden kunnen halen om het Belgische tennis en onze tennisscholen te verbeteren. Maar ik herhaal het: laten we blij zijn met het grote aantal sporters van hoog niveau hier in België. We hebben echt geluk!