Ontstaan en definitie

Het surrealisme is een moderne kunststroming die ontstond in het begin van de jaren ’20 van de vorige eeuw. Hiermee reageerden kunstenaars op het rationalisme, dat na de Eerste Wereldoorlog te rooskleuring bleek te zijn. Ze lieten zich inspireren door de denkbeelden van Sigmund Freud, die indertijd de basis legden voor de psychoanalyse.

In 1924 definieerde André Breton de stroming in zijn ‘Surrealistisch Manifest’ als: “Automatische spontaneïteit in zijn meest pure vorm, waarin men probeert - verbaal, door het geschreven woord, of in welke vorm dan ook - de manier van denken te laten zien, geleid door fantasie, zonder enige controleerde ratio en los van morele waarden.”

Salvador Dalí zorgt voor tweedeling

De Spaanse kunstschilder Salvador Dalí was het volkomen eens met deze visie, maar realiseerde zich tegelijk dat het volledige potentieel van de beelden die onderbewust in hem opkwamen enkel bewust konden worden uitgewerkt. Door dus via zijn artistieke vaardigheden een concrete werkelijkheid te geven aan de vrije associaties die hij maakte, slaagde hij er in zijn droombeelden weer te geven. Op deze manier ontstond een tweedeling, met enerzijds het abstract surrealisme en anderzijds het figuratief surrealisme.

Abstract vs. figuratief surrealisme

Het abstracte surrealisme vloeit vooruit uit het puur automatisme, waarbij kunstenaars spontaan uiten wat er in hun gedachten opkomt. Toeval is het uitgangspunt. Abstract surrealisme kenmerkt zich door organische, vloeiende vormen, veelal samengaand met poëtische titels. Schilders zoals André Masson (Automatic Drawing) en Juan Miro (het Catalaanse Landschap(de jager)) worden algemeen beschouwd als vertegenwoordigers van deze stroming.

Het figuratief surrealisme richt zich op het vastleggen van dromen en het uiten van gedachten. Deze richting kenmerkt zich vooral door objecten - die gewoonlijk niet kunnen worden gecombineerd - uit hun verband te rukken en naast elkaar te plaatsen. Salvador Dalí (De volharding der herinnering) en zijn goede vriend Antoni Pitxot (The Allegory of the Memory), maar ook de Belgische schilders Paul Delvaux (Pygmalion) en René Magritte (Ceci n'est pas une pipe ) behoorden tot het figuratief surrealisme.