Had je voor je zwanger werd bepaalde verwachtingen van het moederschap?

“Eigenlijk heb ik me daar nooit echt een voorstelling van gemaakt. Dat ik ooit kinderen zou hebben, heb ik altijd wel gedacht. Als ik de juiste man zou tegenkomen, en als ik de dingen gedaan zou hebben die ik wilde doen. Toen ik mijn vriend leerde kennen, klopte het plaatje gewoon en hadden we het gevoel dat de tijd rijp was. Ik was me natuurlijk bewust van de praktische consequenties van die beslissing, maar verder heb ik alles laten gebeuren. Het is een soort risico dat je neemt, want je kan nooit helemaal inschatten hoe een kind je leven zal veranderen. Maar dat risico was voor mij absoluut de moeite waard.”

Was er de eerste maanden sprake van een roze wolk, of waren er ook lastige momenten?

“Tot hij anderhalf was, sliep Finn heel slecht en waren onze nachten bijgevolg kort. Sinds we verhuisd zijn en hij zijn eigen kamertje heeft, slaapt hij gelukkig door. Dat slaapgebrek weegt op den duur, dus die periode was best heftig. Ook op vakantie gaan met een kind was een hele aanpassing: je doet niet meer zomaar waar je zin in hebt. Samen op restaurant gaan wordt bijvoorbeeld een hele onderneming, want Finn wil nu de hele tijd rondcrossen. Soms geraak ik dan wel geïrriteerd, maar ik kan het hem moeilijk kwalijk nemen. Als hij dan daarna lacht of iets geks doet, ben ik die irritatie trouwens snel vergeten. Het klinkt misschien raar, maar ergens vind ik het een opluchting dat Finn op de eerste plaats komt en dat ik zelf niet meer in het middelpunt van de belangstelling sta.”

Hun kind loslaten blijkt voor veel ouders een moeilijke opgave. Heb jij daar ook problemen mee?

“Ik had het best moeilijk om hem voor het eerst naar de crèche te brengen, maar dat is nu beter omdat ik weet dat hij het daar naar zijn zin heeft. Hij is nog klein, maar toch heeft hij daar al vriendjes waar hij echt iets aan heeft. Dat neemt niet weg dat ik geregeld stilsta bij wat er allemaal kan foutlopen. Er kan altijd een ongelukje gebeuren in de crèche, of als hij binnenkort naar school gaat. En wat me in de puberteit te wachten staat, daar wil ik al helemaal niet over nadenken. Loslaten moet je leren, maar volgens mij lukt het nooit écht.”

Vind je het moeilijk om streng tegen hem te zijn?

“Dat vind ik niet altijd makkelijk, maar ik besef wel dat het op deze leeftijd belangrijk is om regels op te leggen. Finn is nog klein, maar hij begrijpt wel dat hij met een bepaalde blik of door iets te zeggen of doen een bepaalde reactie uitlokt. Alleen beseft hij nog niet altijd wat de gevolgen zijn van wat hij doet. Als hij aan zee met zand gooit, ziet hij bijvoorbeeld niet in dat andere kindjes dat minder tof vinden. Ik probeer hem dat wel duidelijk te maken, maar als hij vervolgens ‘een crisis doet’ - vooral als we op een openbare plek zijn - is dat niet zo fijn. Ik moet me dan toch voorhouden dat het voor de goede zaak is, dat ik hem moet opvoeden. Met hem doodknuffelen alleen gaat hij er niet komen.” (lacht)

Heb je bepaalde verwachtingen voor Finn, of zijn er waarden die je hem zeker wil meegeven?

“Grootse plannen heb ik niet voor hem: ik hoop gewoon dat hij zijn talenten gebruikt, kan doen ook wat hij graag doet. En vooral dat hij een goeie gast wordt, met het hart op de juiste plaats. Daarom hoeft hij geen wereldverbeteraar te worden. Gewoon iemand die op een integere manier in het leven staat, en op een goede manier omgaat met de mensen om zich heen. Daar proberen we hem zelf het goede voorbeeld in te geven. De rest komt volgens mij vanzelf: wie goed doet, trekt goed aan.”

Intussen is Erika voor de 2e keer mama geworden.