“Het is belangrijker dan ooit dat er een multidisciplinair team klaarstaat om moeder en kind te verzorgen”, opent Vervliet. “Daarom hebben we in AZ Sint Dimpna Ziekenhuis Geel een zwangerschapstraject uitgewerkt waarbij zowel huisartsen, vroedvrouwen, Kind en Gezin, gynaecologen als kinderartsen worden betrokken. Eventueel kan dit verder worden uitgebreid naar psychosociale diensten, psychologen, OCMW, enz. Ook werken we mee aan een pilootproject rond geestelijke gezondheid voor en na de bevalling. Zo komen we tot een individuele begeleiding volgens de eigen noden van de patiënt. Onze zes gynaecologen werken al geruime tijd samen als een team. Zo vergaderen we iedere maand om ervoor te zorgen dat er een gedeelde visie is voor alle mogelijke uitdagingen. Met zo’n gezamenlijk beleid kan er geen verwarring zijn en hanteert iedereen dezelfde aanpak, ongeacht wie de behandelende arts is.”
 

Laag aantal sterftes


Het is belangrijker dan ooit dat er een multidisciplinair team klaarstaat om moeder en kind te verzorgen. - Dr. Johan Vervliet
 

Vervliet: “Wij slagen er al jaren in om het aantal keizersneden rond de 16% te houden. Het Belgische gemiddelde staat op 20%. Bovendien hebben we een laag aantal foetale en neonatale sterftes: zo’n 0 tot 3 per duizend zwangerschappen. Om het aantal intra-uteriene sterftes te minimaliseren geven we ouders trouwens heel wat instructies over wat ze in bepaalde situaties moeten doen, zelfs voor de zwangerschap al. Daarnaast is er een maandelijks overleg tussen gynaecologen, kinderartsen en vroedvrouwen.”
 

Gecoördineerde opvolging

“Ook plegen we vier à vijf keer per jaar overleg met huisartsen uit de omgeving om de opvolging met elkaar af te stemmen. Op basis daarvan hebben we een draaiboek ‘zwangerschapsopvolging’ opgesteld, waarbij patiënten doorheen het zwangerschapstraject afwisselend door hun huisarts en gynaecoloog worden opgevolgd. Ten slotte maakt de vroedvrouw van het ziekenhuis op zes maanden zwangerschap samen met de patiënt het bevallingsdossier op, geeft zij al veel nuttige uitleg en wordt ook de zelfstandige thuisvroedvrouw al eens gecontacteerd.”
 


De couveuseafdeling is zodanig aangepast dat deze qua prikkels gelijkt op de baarmoeder.

Goede en toegankelijke hotelservice

“Tijdens het verblijf in het ziekenhuis trachten we een goede en toegankelijke hotelservice te bieden, zodat de ouders zich welkom voelen en een maximale ondersteuning krijgen. Ouders kunnen kiezen tussen een tweepersoonskamer, een eenpersoonskamer of een suite met een extra bed voor de partner. Ook een co-sleeper is mogelijk, waarbij het babybed vasthangt aan het ziekenhuisbed.  Een leuk extraatje, wat de kersverse ouders wel appreciëren, is dat we elke zondagochtend een heus ontbijtbuffet organiseren voor de pas bevallen mama’s en hun partners”, aldus Vervliet.
 

Ontwikkelingsgerichte zorg

“Sinds 2017 zetten we in het AZ Sint Dimpna Ziekenhuis Geel in op ontwikkelingsgerichte zorg”, vult Vergauwen aan. “Vroeger spitste de zorg voor vroeggeboren baby’s zich voornamelijk toe op het medische aspect. Nu geven we veel aandacht aan hun ontwikkeling en gedrag. Enkele verpleegkundigen van de neonatologieafdeling, een psychologe en een kinderarts hebben hiervoor zelfs een speciale opleiding gevolgd in Nederland, nog voor er een degelijke opleiding beschikbaar was in België.”

Vroeger spitste de zorg voor vroeggeboren baby’s zich voornamelijk toe op het medische aspect. Nu geven we veel aandacht aan hun ontwikkeling en gedrag. - Dr. Wim Vergauwen

“Vroeggeboren baby’s komen uit een omgeving met weinig prikkels (licht, geluid,…). Daarom hebben we ook de couveuseafdeling zodanig aangepast dat deze qua prikkels gelijkt op de baarmoeder. We trachten hen zo weinig mogelijk te storen in hun ontwikkeling. Ook de zorg gebeurt op het ritme van de baby’s. Zo maken we hen niet speciaal wakker voor verzorging. We proberen dat zoveel mogelijk te doen wanneer ze uit zichzelf wakker zijn”, aldus Vergauwen.
 

Ouders betrekken

“Ook vinden we het belangrijk om de ouders mee te betrekken in de zorg. Ouders worden gestimuleerd om hun baby meermaals per dag gedurende lange tijd zelf vast te nemen, liefst huid-op-huid (kangoeroezorg), en zoveel mogelijk hun prematuur zelf te verzorgen. Het doel is om op die manier de band tussen ouder en kind te versterken en de ontwikkeling van het kind te bevorderen.”

“De resultaten van deze aanpak zijn alvast heel duidelijk. We merken dat de kindjes sindsdien sneller genezen en hun ontwikkelingsachterstand vlotter bijbenen. Naast de betere prestaties op medisch vlak zien we dat ook de ouders deze aanpak enorm appreciëren. Door het succes van deze aanpak hebben de verpleegkundigen van de neonatologieafdeling die deze cursus al hadden gevolgd nu ook hun collega’s op de materniteitsafdeling opgeleid. Hierdoor trekken we de principes en aanpak van de ontwikkelingsgerichte zorg nu ook door voor kinderen die niet te vroeg zijn geboren. In de nabije toekomst zullen we onze infrastructuur nog verder aanpassen om beter in te spelen op ontwikkelingsgerichte zorg. Zo zal de couveuseafdeling groter worden, meer prematuren zullen bij hun mama op de kamer kunnen verblijven (rooming-in) en ouders zullen meer privacy krijgen”, besluit Vergauwen.