1. Dag afbouwen

Best doe je een uur voor het slapen gaan geen intensieve fysieke en geestelijke activiteiten meer zoals gamen, sporten, mailen, huishoudelijke taken of scrollen op sociale media. Beperk ook cafeïne en roken. Alcohol bevordert je inslapen, maar ondermijnt je slaapkwaliteit en het doorslapen.

2. Licht en mobiele toestellen dimmen

Dim voor en tijdens het slapen het licht. Daardoor kan je lichaam melatonine aanmaken, een hormoon dat ons slaperig maakt. Mobiele toestellen produceren echter een sterk blauw licht dat deze aanmaak onderdrukt. Je schakelt ze dus best uit in bed en gebruikt ze niet meer vlak voor het slapen gaan.

3. Stabiel patroon

Draag zorg voor je biologische ritme en behoud een vast patroon van slapen en opstaan. Ook uit- of bijslapen kan je ritme verstoren.

4. Draai je wekker om

Het is perfect normaal om ’s nachts eens wakker te worden of nog even wakker te liggen bij het slapen gaan. Als je dan echter begint te focussen op het uur, dan hou je het automatische proces van in slaap vallen tegen.