Annelore Roose
Slaapkliniek UZ Gasthuisberg Leuven

Wanneer je ‘s nachts slecht hebt geslapen, dan kan je dit overdag voelen. Omgekeerd kan een stresserende dag een negatieve invloed hebben op je slaap ’s nachts. Annelore Roose van de slaapkliniek van het UZ Gasthuisberg in Leuven legt uit.

“Er is geen standaardnorm voor hoeveel slaap je nodig hebt. De ene heeft veel slaap nodig, terwijl de andere aan vijf uur slaap voldoende heeft”, opent Roose. “Er bestaan meer dan 80 soorten slaapstoornissen. Hét slaapprobleem bestaat niet. Daarom wordt er in slaapcentra vaak multidisciplinair gewerkt met onder andere neurologen, pneumologen en psychologen”, aldus Roose.

“Langdurig slecht slapen kan heel wat gevolgen hebben, maar er wordt toch vooral gekeken naar de impact op het cognitief functioneren overdag. Denk maar aan geheugen- en concentratieklachten, emotionele prikkelbaarheid en een dalende productiviteit van wat men onderneemt.”

Insomnia

Roose: “Heel wat mensen kunnen moeilijk inslapen, doorslapen, worden te vroeg wakker of hebben een erg slechte slaapkwaliteit. Vaak treedt er tijdelijke slapeloosheid op als iemand van werk verandert, ziek wordt, bepaalde medicatie neemt of stress heeft. Deze uitlokkende factoren zorgen ervoor dat men tijdelijk slecht slaapt. Bij de meeste mensen herstelt dit probleem zich vanzelf, maar bij zo’n 10% van de bevolking gebeurt dit niet.”

“Als slapeloosheid de eerder vernoemde gevolgen veroorzaakt, als het minstens driemaal per week voorvalt én gedurende minstens drie maanden aanhoudt, dan spreken we over chronische insomnia. Men is dan vaak geneigd om hulp te zoeken via medicatie, alcohol, vroeger gaan slapen of langer uitslapen. Deze strategieën werken soms wel op korte termijn, maar richten meer schade aan op lange termijn omdat ze de biologische slaapmechanismen verstoren.”

“Wanneer men langdurig slecht blijft slapen, zal men zich nog meer gaan focussen op het inslapen, met als gevolg dat het net slechter lukt. Slapen is immers een automatisch proces. Voor deze mensen kan cognitieve behandelingstherapie voor insomnia aangewezen zijn, waarbij we hen actief en intensief begeleiden om hun (slaap)gedrag terug beter af te stemmen op hun biologische slaapmechanismen.”

Chronisch slaaptekort

Roose: “In tegenstelling tot insomnia nemen mensen met een chronisch slaaptekort niet genoeg tijd om te slapen. Dit heeft vaak te maken met onze huidige prestatiemaatschappij en te drukke agenda’s. Goed presteren hangt echter samen met goed slapen, maar daar is men zich onvoldoende van bewust.”

“Bovendien zijn multimedia vandaag altijd en overal beschikbaar, ook voor en tijdens het slapengaan. Hierdoor gaat men het slapengaan steeds verder uitstellen en negeert men de normale gezonde slaapbehoefte. Wanneer dit over een langere termijn gebeurt, dan verhoogt het risico op een chronisch slaaptekort”, besluit Roose.