Ben jij een ochtendmens?

“Ja, veel meer dan een avondmens. Ik ben op mijn best heel vroeg in de ochtend, en kijk er elke avond naar uit om te gaan slapen. En dat heeft niks met leeftijd te maken he, ik ben altijd al zo geweest. Tijdens mijn studentenperiode was ik niet diegene die als laatst overbleef op een feestje, ik ging weg tijdens het hoogtepunt van de avond. En ook toen ik klein was, vond ik de avonden niet zo leuk; ik was vaak bang ’s avonds en ’s nachts. Ochtenden zijn heilig voor mij. Ik functioneer het best tussen 6 en 10 uur ’s morgens, daarna gaat het weer allemaal bergaf (lacht). Ik zeg dikwijls op de radio dat het een goede dag gaat worden, en dat we daar allemaal samen voor gaan zorgen. Sta vroeg op en doe iets tofs! Ik meen dat echt wanneer ik dat zeg, dat is niet één of andere gladde promotalk.”

Jij staat enorm vroeg op om om 6 uur ‘Siska staat op’ te presenteren. Dan moet je waarschijnlijk ook vroeg gaan slapen?

“Ik sta op om kwart voor vier, en ik moet toegeven dat het genot van de ochtend dan nog ver te zoeken is. Maar het heeft wel echt iets magisch, zo vroeg opstaan. Iedereen slaapt nog, en heel eventjes is de wereld van jou. ‘s Avonds kruip ik op tijd mijn bed in, tussen half 8 en 8 uur al. Ik zorg dat ik op tijd gegeten heb, dat mijn eten niet te zwaar op mijn maag ligt, en kruip dan tussen de lakens. Meestal ga ik samen slapen met mijn zoontje. Één keer in de week mag hij zelfs bij mij in bed slapen, dan kruipen we tegen elkaar en vallen we samen in slaap. Dat is heel gezellig.”

Je gaat slapen wanneer de meeste mensen aan hun avond beginnen, lukt dat zonder moeite? Of heb je soms een slaappilletje nodig?

“Ja, dat lukt heel goed zelfs. Ik ben meestal ook kapot ’s avonds en val meteen in slaap. Ik denk dat ik nooit langer dan drie minuten wakker gelegen heb. Behalve zondagavond, dat is altijd een beetje moeilijker. In het weekend sta ik rond een uur of 7 op, wanneer mijn zoontje wakker wordt, dus mijn ritme verandert weer. En zondagavond moet ik dan weer om half 8 mijn bed in. Ik sta mezelf toe één keer per week een slaappil te nemen, en dat doe ik dan meestal op zondag. Na een halfuurtje lig ik dan alweer te slapen. Als je je week begint met een slaaptekort, kan je dat niet meer inhalen.”

Als jij je kop koffie niet gehad hebt in de ochtend, lopen mensen dan in een grote boog om je heen?

“Ik heb wel mijn kop koffie nodig in de ochtend, maar ik ben niet vervelend wanneer ik hem niet gehad heb. Ik drink ook niet al teveel koffie, maximum 2 tassen per dag. Op de VRT is er een machine met pads. Soms zijn de pads op en moet je een paar verdiepingen naar beneden om koffie uit het machine te halen. Maar vaak hebben we geen tijd om naar beneden te gaan. Als je in de studio zit, kan je die niet langer dan 3 minuten verlaten. Je merkt dan echt de verslagenheid bij sommige mensen (lacht). Ik begrijp die reactie wel, zeker om 5 uur ’s morgens. In de zomer heb ik een detox gedaan, waardoor ik dus geen koffie meer mocht drinken. Ik heb daar toen echt van moeten afkicken, daar schrok ik wel van. Na de detox was ik van de koffie af - en dat deed mij deugd - maar na een week de ochtend gepresenteerd te hebben, ben ik toch weer koffie beginnen te drinken.”

Neem je de tijd om te ontbijten voor je de deur uitgaat?

“Nee, ik neem een yoghurtje en wat fruit mee om in de studio op te eten. Ik verplicht mezelf iedere ochtend mijn eigen ontbijt mee te nemen. Om 9 uur ’s morgens zijn er versgebakken koffiekoeken in de koffiekamer, en als ik daarmee begin kan je mij in no time naar huis rollen. Ik snap niet dat mensen hun ontbijt kunnen overslaan. Als ik een ochtend niet eet, heb ik meteen hoofdpijn. Ontbijten is heel plezant, ik kijk er altijd naar uit. Veel lekkerder en leuker dan avondeten. Ik kan ’s avonds perfect eten maken voor mijn zoontje en zelf niet mee eten, ik heb vaak geen honger ’s avonds en heb geen eten in mijn buik nodig om te slapen.”

Zie je jezelf nog lang de ochtend doen op Studio Brussel? Of kijk je toch uit naar een ander ritme?

“Iedere job heeft zijn voor- en nadelen. Als je kleine kinderen hebt die naar school gaan, is mijn job ideaal. Ik kan elke dag aan de schoolpoort staan. Dat klinkt misschien allemaal wat moederlijk, maar ik wil mijn kind van school gaan halen en eten voor hem maken. Ik weet dat velen geen andere keus hebben en hun kind naar de opvang moeten brengen, maar ik ben blij dat ik overdag bij hem kan zijn. Ik moet er wel iets voor opofferen door elke dag zo vroeg op te staan, maar dat is niet erg. Zolang mijn bazen het oké vinden dat ik de ochtend presenteer, doe ik dat met alle plezier.”